Curator had informatie moeten inwinnen over erfrechtelijke positie van failliet

Op 26 november 2014 oordeelt de rechtbank te Rotterdam als volgt. De curator van een failliet is niet-ontvankelijk in zijn vordering tot (partiële) verdeling van de nalatenschap van de vader van de failliet. De failliet is bij testament van de vader uitgesloten als erfgenaam en is dus geen deelgenoot in de nog niet gescheiden en gedeelde nalatenschap. Ook bij een beroep op de legitieme portie ontstaat er geen deelgenootschap; een legitimaris is immers slechts schuldeiser van de nalatenschap.

De curator wordt veroordeeld in de werkelijk gemaakte proceskosten, inclusief de aangetoonde kosten van de advocaat van de wederpartij, nu de curator op eenvoudige wijze voor het aanhangig maken van de procedure had kunnen en ook moeten onderzoeken of de failliet erfgenaam van zijn vader was. Door dit na te laten is er sprake van misbruik van procesrecht door het instellen van de vordering tot scheiding en deling (vgl HR 29 juni 2007, LJN BA3516 en HR 6 april 2012, NJ 2012, 233).

Rb. Rotterdam 26 november 2014, nr C/10/443573 / HA ZA 14-135 (RBROT:2014:9355)