Toedeling woning aan één van de erfgenamen tegen waarde in verhuurde staat

Geschil tussen zes broers en zussen over de verdeling van de nalatenschap van moeder. Gedaagde sub 1 heeft onvoldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat het economisch eigendom van de tot de nalatenschap behorende onroerende zaak hem toekomt. De rechtbank is van oordeel dat gedaagde sub 1 een huurrecht heeft met betrekking tot deze onroerende zaak. Tussen partijen is niet in geschil dat de onroerende zaak bij de verdeling aan gedaagde sub 1 dient te worden toegedeeld. Voor de bepaling van de waarde is bepalend de waarde in verhuurde staat (vgl. HR 20 juni 1975, NJ 1976, 414), waarbij tevens van belang is dat gedaagde sub 1 slechts een relatief lage huurprijs is verschuldigd. De rechtbank gelast een deskundigenbericht ter bepaling van deze waarde.

Rb. Oost-Brabant 17 december 2014, nr C/01/269189 / HA ZA 13-718 (RBOBR:2014:8102)