Vereffening: nadat de uitdelingslijst verbindend is geworden mag de vereffenaar niet overgaan tot inning van vorderingen

Een stichting van een notariskantoor is door de Rechtbank benoemd tot vereffenaar in een nalatenschap. De stichting heeft ex artikel 4:218 BW een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst neergelegd ter griffie van de Rechtbank. De uitdelingslijst vermeldt onder meer een geldvordering op X ten aanzien waarvan de stichting voorstelt om deze ter verdeling af te geven aan de erfgenamen. De vereffenaar vordert in een rechtbankprocedure X de betreffende schuld aan de stichting of aan de nalatenschap voldoet.

 

Volgens de Rechtbank is de vereffenaar (de stichting) niet-ontvankelijk in haar vordering omdat met het verbindend worden van de uitdelingslijst de vereffening is voltooid. Na voltooiing van de vereffening zijn de krachtens de uitdelingslijst aan de erfgenamen toebedeelde vorderingen onder algemene titel op hen overgegaan en is de taak van de stichting als vereffenaar geëindigd. De stichting is daarmee niet langer gerechtigd om tot incasso van deze vorderingen over te gaan.

Rb. Noord-Nederland 19 november 2014, nr C/17/124294 / HA ZA 13-4 (RBNNE:2014:5749)