Bewindvoerder mag schenken ondanks dat schenkingstraditie ontbreekt

Op grond van artikel 1:431 e.v. BW is X bewindvoerder over het vermogen van zijn vader. X heeft de kantonrechter verzocht machtiging te verlenen voor het doen van een schenking van € 90.000 aan zichzelf uit het vermogen van vader. Doordat het huis van vader is verkocht, staat er thans een aanzienlijk bedrag op zijn bankrekening. X wil de schenking gebruiken om zijn eigenwoningschuld af te lossen met toepassing van de vrijstelling van artikel 33a SW. Volgens de kantonrechter blijkt uit de Aanbevelingen meerderjarigenbewind van het LOVCK dat bij schenkingsverzoeken de hoofdregel geldt dat er sprake is van een schenkingstraditie die al bestond vóór aanvang van het bewind. Bijzondere omstandigheden kunnen evenwel ertoe leiden dat van deze hoofdregel wordt afgeweken. Nu is aangetoond dat het huis van de rechthebbende is verkocht en het vermogen van de rechthebbende ook na de schenking nog toereikend is, acht de kantonrechter bijzondere omstandigheden aanwezig. Voorts geldt er in het jaar 2014 een tijdelijke verruiming van de vrijstelling van schenkbelasting indien de schenking onder andere wordt gebruikt voor aflossing van een eigenwoningschuld. Nu X heeft onderbouwd waar de schenking voor is bedoeld en de verkoop van de woning van vader ook een bijzondere omstandigheid is om te schenken, wordt het verzoek toegewezen.

Rb. Zeeland-West-Brabant 4 december 2014, nr 3440709 OV VERZ 14-5605 Bron: Notamail 11 december 2014