Boedelkosten (notariskosten) die in aanmerking komen bij de berekening van de legitieme portie

Moeder overlijdt. Volgens haar testament komt het erfdeel van de kinderen overeen met de legitieme portie conform het huidige recht. In geschil is de vraag of de kosten van de boedelnotaris die door de executeur is aangewezen in mindering komen bij de berekening van de legitimaire massa. Volgens de kinderen betreffen dit kosten van executele die niet aftrekbaar zijn op grond van artikel 4:65 BW.
Volgens het Hof gaan de kinderen ten onrechte eraan voorbij dat de executeur niet alleen heeft gefungeerd als executeur maar ook als vereffenaar. Het ligt dus voor de hand te veronderstellen dat de werkzaamheden die de notaris op zijn verzoek heeft verricht niet alleen van doen hadden met de executele (artikel 4:7 lid 1 letter d BW) maar ook met de vereffening (artikel 4:7 lid 1 letter c BW). De omschrijving van de werkzaamheden op de facturen geeft geen aanleiding om te veronderstellen dat de notariële werkzaamheden noodzakelijkerwijs moeten worden toegerekend aan de executele. Daarvoor bestaat te minder aanleiding, nu de notaris door de kantonrechter is bevolen een boedelbeschrijving op te stellen. Dat een gedeelte van de gefactureerde werkzaamheden betrekking heeft op de informele fase die is voorafgegaan aan de werkzaamheden van de notaris, maakt verder geen verschil. Er bestaat toereikende grond om aan te nemen dat deze werkzaamheden ten goede zijn gekomen aan de boedelbeschrijving en de rekening en verantwoording. De inhoud van de beschikking van de kantonrechter wijst daar eveneens op.
Hof Amsterdam 2 december 2014, nr 200.142.168/01 (GHAMS:2014:5168)