Langstlevende: woning en inboedel

De langstlevende partner heeft altijd het recht om de woning waarin hij of zij tot het overlijden met de overledene woonde, tot 6 maanden na het overlijden onder dezelfde voorwaarden te blijven bewonen; ook de inboedel mag hij of zij gedurende die periode blijven gebruiken. Dit recht kan de langstlevende partner niet ontnomen worden.

 

Als de langstlevende partner onterfd is, of de overleden partner bij testament de regels van de wettelijke verdeling heeft uitgesloten, ofwel indien de langstlevende als gevolg van hetgeen de overleden partner bij testament heeft bepaald, niet of niet de enige rechthebbende op woning en inboedel is, heeft de wet voorzien in een speciale regeling ten behoeve van de langstlevende om deze een passend verzorgingsniveau te verschaffen. Deze regeling houdt in dat de erfgenamen van de overledene verplicht zijn mede te werken aan de vestiging van een vruchtgebruik op woning en inboedel ten behoeve van de langstlevende, als deze dit van hen verlangt. Als de langstlevende voor zijn of haar verzorging een vruchtgebruik op meer goederen der nalatenschap behoeft, zijn de erfgenamen van de overleden partner verplicht ook aan de vestiging daarvan mee te werken.

 

De langstlevende partner die overweegt aanspraak te maken op de vestiging van een vruchtgebruik dient zich ervan bewust te zijn dat deze mogelijkheid na verloop van tijd vervalt. De termijnen in deze wettelijke regeling zijn kort; laat u tijdig adviseren.