Legaat rechtsgeldig ondanks termijnoverschrijding

Legaat rechtsgeldig ondanks termijnoverschrijding (aansporingstermijn)

Vader overlijdt in maart 2004. In zijn testament was ten behoeve van zijn echtgenote een ouderlijke boedelverdeling (OBV) opgenomen met de volgende clausule: “Ik geef aan mijn echtgenote het recht voormelde toedeling geheel of gedeeltelijk niet te aanvaarden, mits zij binnen acht maanden na mijn overlijden dit te kennen geeft door middel van een verklaring vast te leggen in een notariële akte. In dat geval legateer ik haar, af te geven binnen acht maanden na mijn overlijden, mede ter voldoening aan mijn sub IV gemelde natuurlijke verbintenis, het recht van vruchtgebruik over dat gedeelte van mijn nalatenschap dat niet door haar in eigendom wordt verkregen.”

 

Pas in augustus 2005 wordt een notariële akte opgemaakt waarin wordt verklaard dat de echtgenote heeft gekozen voor het vruchtgebruik van de nalatenschap. Daarbij hebben de erfgenamen tevens het vruchtgebruiklegaat aan de echtgenote afgegeven.

 

De erfgenamen stellen in de procedure onder meer dat het legaat niet rechtsgeldig tot stand is gekomen omdat niet binnen 8 maanden de keuze voor het legaat notarieel is vastgelegd. De Rechtbank verwerpt het betoog van de erfgenamen, daartoe onder meer het volgende overwegende. Het staat vast dat de echtgenote niet binnen de termijn van 8 maanden in een notariële akte heeft verklaard te kiezen voor het vruchtgebruik. Of daardoor het legaat van vruchtgebruik niet op rechtsgeldige wijze is gevestigd, is mede een kwestie van uitleg van het testament. Bij de uitleg van het testament dient te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk dient te regelen en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt (artikel 4:46 lid 1 BW). In het testament van erflater staat dat het legaat strekt tot voldoening aan een natuurlijke verbintenis. De termijn die in het testament is opgenomen vormt in dat licht enkel een aansporingstermijn voor de echtgenote om een keuze te maken voor het legaat en dat de vastlegging van die keuze in een notariële akte slechts een instructie is aan de echtgenote ter wille van de duidelijkheid omtrent het legaat van vruchtgebruik. De bepaling dat binnen 8 maanden een keuze dient te worden gemaakt bij notariële akte, vormt echter geen afzonderlijke verplichting die bij niet-nakoming moet leiden tot verval van rechten. De uitleg die de erfgenamen aan het testament geven, zou afbreuk doen aan de wil van erflater en zou als ongewenst gevolg hebben dat de natuurlijke verbintenis niet wordt gerealiseerd. Verder heeft de notaris binnen de termijn van 8 maanden na het overlijden aan de erfgenamen geschreven dat de echtgenote heeft gekozen voor het legaat. Daarmee was aan de erfgenamen duidelijkheid verstrekt. Gezien de ratio van het testament en de kenbaar gemaakte keuze van de echtgenote is het vruchtgebruik rechtsgeldig gevestigd.

 

Rb. Amsterdam 29 april 2015, nr C/13/573024 / HA ZA 14-937 (RBAMS:2015:2401