Levensexecuteur heeft recht op afschrift van notariële medische volmacht

Vader geeft in 2009 een algemene notariële volmacht aan dochter (klaagster). Op grond van deze volmacht is de dochter bevoegd vader in alle opzichten te vertegenwoordigen, zijn rechten uit te oefenen en zijn belangen waar te nemen zonder enige uitzondering en op elk (rechts)gebied. In mei 2013 wordt een medische volmacht gepasseerd waarbij vader zijn partner volmacht geeft om hem in alle opzichten te vertegenwoordigen op het gebied van verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding (van niet-vermogensrechtelijke aard) van vader. De dochter heeft een tuchtrechtelijke klacht ingediend tegen de kandidaat-notaris die het gesprek met vader over de medische volmacht heeft gevoerd en tegen de notaris die de volmacht heeft gepasseerd.

 

Klaagster verwijt de notarissen:

  1. ondanks herhaaldelijk verzoek daartoe te weigeren om aan klaagster een afschrift van de medische volmacht mei 2013 te verstrekken;
  2. vader de volmacht van mei 2013 te hebben laten ondertekenen zonder - overeenkomstig het Protocol beoordeling wilsbekwaamheid van de KNB - te controleren of hij op dat moment wilsbekwaam was;
  3. dat zij zich verschuilen achter hun ambtsgeheim om zo geen duidelijkheid te hoeven geven over of, en zo ja op welke wijze, de wilsbekwaamheid van vader is getoetst; en
  4. dat binnen het notariskantoor niet of slecht wordt gecommuniceerd. De twee op het notariskantoor opgemaakte en gepasseerde volmachten conflicteren.

 

De Kamer voor het Notariaat heeft klaagster in haar klacht op twee onderdelen niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor wat betreft de overige twee klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het Hof verklaart klaagster in de gehele klacht ontvankelijk. Klachtonderdeel 1 acht het hof gegrond. Artikel 49, eerste lid, sub a, Wna schrijft voor dat de notaris van de tot zijn protocol behorende akten afschriften uitgeeft aan partijen bij de akten en aan degenen die een recht ontlenen aan de akte indien de gehele inhoud van de akte van rechtstreeks belang is voor dat recht. Klaagster is weliswaar geen partij bij de volmacht van mei 2013, maar ontleent wel een recht aan deze volmacht aangezien zij op basis van de volmacht van 2009 gerechtigd was om vader in alle opzichten te vertegenwoordigen, zijn rechten uit te oefenen en zijn belangen waar te nemen, zonder enige uitzondering en op elk (rechts)gebied. Om die reden heeft klaagster belang erbij gehad om te weten wat in de volmacht van mei 2013 is opgenomen, ook om haar eigen bevoegdheden bij het vertegenwoordigen van vader te kunnen bepalen. Naar het oordeel van het hof heeft klaagster om die reden als belanghebbende in de zin van artikel 49 Wna te gelden. Aan de notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
Hof Amsterdam 24 februari 2015, nr 200.152.333/01 NOT (GHAMS:2015:584)