Overdracht woning tegen waarde bewoonde staat: verkapte schenking?

Moeder overlijdt, dochter doet een beroep op haar legitieme portie. Dochter stelt dat in de overdracht van de woning van moeder aan zoon een schenking besloten ligt, die in aanmerking moet worden genomen bij de berekening van de legitieme portie. De dochter is van mening dat de schenking bestaat uit het verschil tussen de koopprijs en de waarde in vrije staat. Het Hof overweegt evenwel dat de zoon zowel vóór als na de verkoop van de woning met moeder samenwoonde. In de notariële akte met betrekking tot de verkoop van de woning is vermeld: “Het verkochte wordt aanvaard in de feitelijke staat, waarin het zich ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst bevond, in gebruik bij zowel verkoper en koper.” Objectief staat vast dat de woning werd bewoond door de zoon en erflaatster. Gezien de feitelijke gang van zaken- erflaatster heeft ook nog 8 jaar na de verkoop in de woning gewoond - is het de bedoeling van erflaatster en de zoon geweest om met elkaar te blijven samenwonen. Het stond de zoon niet vrij om erflaatster uit het huis te zetten. Gezien deze feiten is het Hof met de Rechtbank van oordeel dat de woning in bewoonde staat moet worden gewaardeerd. Het Hof is met de Rechtbank van oordeel dat in de verkoop van de woning door erflaatster geen sprake is van een schenking.

Hof Den Haag 3 februari 2015, nr 200.136.861 (GHDHA:2015:431)