Quasi-legataris vervaltermijn

Volgens Rechtbank kon quasi-legataris zich niet beroepen op vervaltermijn

Verzoek om de beschikking van de rechter-commissaris te vernietigen op grond van artikel 676b Rv, voor wat betreft een aantal door de rechter-commissaris gegeven aanwijzingen (ex artikel 4:210 lid 1 BW). Die aanwijzingen hebben onder andere betrekking op een door de partner van erflater tevens enig erfgenaam ontvangen sommenverzekering alsmede op een verblijvensbeding, zijnde quasi-legaten in de zin van artikel 4:126 lid 2 sub b en sub a BW.

 

De rechter-commissaris heeft haar aanwijzingen gebaseerd op artikel 4:127 BW alsmede op artikel 4:216 BW. Geoordeeld is dat de door de rechtbank benoemde vereffenaar op grond van genoemde artikelen tot vermindering van deze quasi-legaten kan overgaan. In deze procedure wordt onder andere aangevoerd dat de termijn als genoemd in de artikelen 4:127 BW en 4:216 BW hieraan in de weg staat zodat de beschikking van de rechter-commissaris op dit punt moet worden vernietigd. De rechtbank oordeelt (onder meer) dat een beroep op voormelde vervaltermijn niet toekomt aan de verzoeker, die enig erfgenaam en begunstigde van de quasi-legaten is en vereffenaar is geweest, nu dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.