Schenkingen niet onrechtmatig

Schenkingen door gevolmachtigde niet onrechtmatig

Een erfgenaam is samen met zijn broer en zusters gerechtigd tot de nalatenschap van hun vader, overleden in 2010. Thans vordert deze erfgenaam voor de Rechtbank onder meer een geldbedrag uit de nalatenschap omdat zijn zus onrechtmatig jegens vader heeft gehandeld omdat zij als gemachtigde tot de bankrekeningen van vader daaruit diverse schenkingen heeft gedaan.

 

Onder verwijzing naar HR 13 mei 2005 is de Rechtbank van oordeel dat geen sprake is geweest van onrechtmatig handelen door de zus. Het is niet komen vast te staan dat vader ten tijde van de volmachtverlening en bij de uitoefening van de volmacht niet in staat was om zijn wil te bepalen en vader heeft bij leven geen aanleiding gezien de zus ter verantwoording te roepen omtrent de wijze waarop zij met de machtiging is omgegaan. Daaraan kan de gevolgtrekking worden verbonden dat de transacties met instemming van vader zijn gedaan. Op de zus rust niet de plicht tot het doen van rekening en verantwoording.

 

Overigens is de Rechtbank nog ingegaan op het verweer van de broer en zusters dat zij in 2010 een afspraak hebben gemaakt over de verdeling van de nalatenschap en dat thans de termijn tot vernietiging is verstreken. Volgens de Rechtbank is de afspraak nietig op grond van artikel 3:195 lid 1 BW omdat niet alle deelgenoten aan de verdeling hebben deelgenomen.

 

Verder overweegt de rechtbank nog dat bij de berekening van legitieme porties niet alle schenkingen in aanmerkingen worden genomen, zoals volgt uit de artikelen 4:67 en 4:69 BW. Gebruikelijke giften, voor zover zij niet bovenmatig waren, worden in dit kader niet als giften beschouwd.

 

Rb.Overijssel 25 februari 2015, nr C/08/151649 / HA ZA 14-58 (RBOVE:2015:1570)