Toets wilsbekwaamheid bij passeren testament

Klaagster heeft aangevoerd dat erflater ten tijde van het opmaken en passeren van het testament niet meer in staat was om zijn wil te bepalen. Zonder nader (medisch) onderzoek naar de wilsbekwaamheid van erflater had de notaris het testament van erflater niet mogen passeren. De Kamer voor het Notariaat heeft de klacht ongegrond verklaard.
Het hof vernietigt de bestreden beslissing, verklaart de klacht gegrond, maar ziet af van het opleggen van een maatregel. De notaris was ervan op de hoogte dat erflater leed aan de ziekte van Alzheimer en dat hij (om die reden) in een woon- zorginstelling voor demente(rende) ouderen verbleef. Daarnaast heeft de notaris verklaard dat erflater in de gesprekken (af en toe) afwezig en verstrooid was. Onder deze omstandigheden had de notaris, alvorens zich een eigen oordeel te vormen over de wilsbekwaamheid van erflater, advies moeten inwinnen bij een onafhankelijke deskundige. Er waren voor de notaris voldoende aanknopingspunten om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van erflater, nu hij aan de ziekte van Alzheimer leed, en dat de zorgvuldigheid gebood om daarnaar nader medisch onderzoek te laten verrichten, zoals het Stappenplan in een dergelijk geval ook voorschrijft.
Sinds 2013 is het voor een notaris veel gemakkelijker om een arts bereid te vinden om de wilsbekwaamheid van een testateur te onderzoeken en hierover een medische verklaring af te geven dan in de periode dat de notaris het testament van erflater opstelde en passeerde. Gelet hierop en de omstandigheid dat aannemelijk is geworden dat de notaris zich wel degelijk heeft ingespannen om de nodige zorgvuldigheid bij de beoordeling van de geestesgesteldheid van erflater te betrachten, geeft in dit concrete geval aanleiding om aan de notaris geen maatregel op te leggen.
Hof Amsterdam 13 januari 2015, nr 200.148.152/01 NOT (GHAMS:2015:33)