Tuchtrecht notarissen: notaris had bij opstellen testament moeten overleggen met erflaatster

Klagers verwijten de notaris dat hij bij het opstellen van het testament van erflaatster niet de vereiste zorgvuldigheid heeft betracht en niet heeft gehandeld conform de beroepsstandaard die van een notaris mag worden verwacht. In het bijzonder heeft de notaris zich niet, althans onvoldoende, ervan vergewist dat het testament de laatste wilsbeschikking van erflaatster bevatte dan wel dat erflaatster voldoende wilsbekwaam was om haar wil tot uitdrukking te brengen. Verder achten klagers de inhoud van de brief van de notaris van 3 juni 2013 op een aantal punten onbetamelijk. De kamer heeft de klacht op één subonderdeel gegrond verklaard, maar daaraan geen maatregel verbonden.
Het Hof te Amsterdam acht de klacht op nog een onderdeel gegrond en legt aan de notaris de maatregel van waarschuwing op. Vast is komen te staan dat de notaris niet eerder met erflaatster (afzonderlijk) heeft gesproken over de inhoud van het door haar gewenste testament dan bij gelegenheid van het passeren daarvan. In de gegeven omstandigheden had het op de weg van de notaris gelegen om al bij het opstellen van het (concept)testament met erflaatster persoonlijk haar wensen en de gevolgen daarvan te bespreken en zich ervan te vergewissen of de inhoud van het (concept)testament overeenkomstig haar wil was. Hierbij is in aanmerking genomen de hoge leeftijd van erflaatster ten tijde van het opmaken van het testament (95 jaar oud), de omstandigheid dat het contact verliep via een zoon, dat die zoon heeft doorgegeven wat de inhoud van het testament moest worden en het feit dat die zoon daarbij belang had. Dit is onzorgvuldig. Verder is voldoende aannemelijk geworden dat de notaris bij het passeren van het testament voldoende alert is geweest op de wilsbekwaamheid van erflaatster, hierbij het Stappenplan in acht heeft genomen en geen aanleiding had om aan die wilsbekwaamheid van erflaatster te twijfelen. Ten slotte acht het hof klachtwaardig dat de notaris in zijn brief van 3 juni 2013 aan klagers meedeelt dat hij de aan de klacht te besteden uren bij klagers in rekening zal brengen. De toegang tot en het goede verloop van een bij wet geregelde klachtprocedure mag niet worden belemmerd door het dreigen met een financiële claim.
Hof Amsterdam 10 februari 2015, nr 200.144.333/01 NOT (GHAMS:2015:320)